HOE WERKT HET?
Om te begrijpen hoe mineralen fluoresceren moeten we kijken hoe mineralen zijn opgebouwd en hoe ze reageren op ultraviolet licht. In de kern bevinden zich protonen en neutronen met daarom heen cirkelend elektronen. Die elektronen cirkelen rond de kern in schillen en absorberen de energie van het ultraviolet licht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Door die energie-impuls wordt een elektron verplaatst naar een hogere schil, maar het elektron kan zijn positie niet vasthouden, en schiet weer terug in zijn oude positie. In het hele proces is een deel van de energie verloren gegaan (in bv. Warmte). Die lagere vrijgekomen energie heeft nu een frequentie die wel zichtbaar is. Dit uit zicht door alle denkbare kleuren uit te zenden. Het mineraal wordt een lichtbron! Dit noemen we fluorescentie.
OORZAKEN

Wat zijn de oorzaken van fluorescentie?
 
  • De aanleg om wel  te fluoresceren ligt vooral de slechte geleiders. Bijna alle mineralen met metaalglans of submetaalglans niet!  Hoe zuiverder het mineraal hoe minder kans op fluorescentie  IJzer, nikkel, kobalt of koperhoudende mineralen (>1%): nauwelijks!
  • Onzuiverheden (verontreiniging van andere stoffen)  Uranyl-ion (UO2)2+ in b.v. Opaal en chalcedoon  Mangaan (Mn2+) ion een van de belang-rijkste veroorzakers van fluorescentie . Chroom (Cr 3+ ) in smaragd of Disulfide-ion (S2)  in sodaliet
  • Intrinsic factoren (inwendige factoren door de aanwezigheid van bepaalde elementen in de molekulen).  Uranyl-ion (UO2)2+  Lood titanium of kwik  Bepaalde ionen (WO4)2- (Tungstate ion) of (MoO4)2- Molhybdate
  • Defecten in kristalroosters

© 2017 Ron Teunissen  

  • Facebook Social Icon
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now